obligation

De Wiktionario
Saltar a: navigation, cercar

obligation[modificar]

substantivo

1

nl: verplichting, plicht;

~ professional

nl: beroepsplicht;

~ contractual

nl: contractuele verplichting;

~ financiari

nl: financiële verplichting;

~ moral

nl: morele verplichting;

~ legal

nl: wettelijke verplichting;

~ scholar

nl: leerplichtigheid;

~ de visa

nl: visumplicht;

facer honor a/satisfacer a/complir su ~es

nl: zijn verplichtingen nakomen;

contraher/contractar ~es

nl: verplichtingen op zich nemen;

exonerar/exemptar/discargar/relevar/disligar un persona de su ~es

nl: iemand van zijn verplichtingen ontheffen/ontslaan;

exemption de un ~

nl: ontslag van een verplichting;

subtraher se a su ~es

nl: zich aan zijn verplichtingen onttrekken;

vider se in le ~ de

nl: zich gedwongen zien tot

2

nl: [Jur] verbintenis, contract;

contraher/contractar un ~

nl: een verbintenis aangaan

3

nl: [Comm], [Fin] obligatie, schuldbrief, schuldbekentenis;

~ amortisabile/redimibile

nl: aflosbare obligatie;

~ perpetue/perpetual

nl: onaflosbare obligatie;

~ nominative

nl: obligatie op naam;

~ convertibile

nl: converteerbare obligatie;

~ privilegiate/preferential/de prioritate

nl: prioriteitsobligatie;

~ del stato

nl: staatsobligatie;

~ hypothecari

nl: pandbrief;

detentor de ~es

nl: obligatiehouder;

registro de ~es

nl: obligatieregister;

presto in ~es

nl: obligatielening;

emission de ~es

nl: obligatieuitgifte;

debita in ~es

nl: obligatieschuld;

interesse de ~es

nl: obligatierente;

capital in ~es

nl: obligatiekapitaal;

mercato de ~es

nl: obligatiemarkt;

emitter ~es

nl: obligaties uitgeven;

transferer un ~

nl: een obligatie overdragen;

~ al portator

nl: obligatie aan toonder

4

nl: verschuldigdheid, schuldplichtigheid

Traductiones[modificar]

Synonymos[modificar]

Antonymos[modificar]

Expressiones[modificar]

Referentias[modificar]